Gedragsproblematiek inzichtelijk

Paardengedrag is al heel lang een passie van mij. De opleiding gedragstherapie voor paarden was dan ook mijn allereerste opleiding. Ook volgde ik praktijklessen en/of clinics bij gerenommeerde trainers als Joanna Kraakman, Klaus Ferdinand Hempfling, Monthy Roberts, Chris Irwin, Emiel Voest, Gerry van Oossanen, Toinny Lukken, Wim Vonck, Eddy Modde, Reflections-Online Luc van Hoek en Inge Teblick. Gedrag bleek in veel gevallen trainbaar, maar niet bij alle gedragsproblematiek vond ik training passend, bijvoorbeeld als het paard ergens mee zat en het gedrag zijn manier was om dat te uiten. Gedragsproblematiek gaat ook over persoonlijke ontwikkeling, over meningen, over karakter en over gevoel. Soms zijn er inzichten nodig bij het paard of bij de eigenaar om gedrag te veranderen of moet een paard lekkerder in zijn vel komen te zitten waarna gedrag vanzelf mee verandert.

Naarmate ik meer opleidingen en cursussen had gedaan werd alles meer logisch maar tegelijkertijd ook meer ingewikkeld “Hoe meer je weet hoe meer er te leren valt.” Ik leerde fysieke, mentale en emotionele processen koppelen en meer naar het individuele dier kijken. Maar nog steeds waren er paarden waarbij ik het gevoel had dat we langs elkaar heen aan het werken/communiceren waren. Een belangrijke oorzaak (& oplossing) hiervoor bleek in mijn persoonlijke energetische ontwikkeling te zitten, een lang en bewogen traject. Inzichten zijn nodig om je eigen blinde vlekken weg te poetsen zodat je paarden beter kunt doorgronden en situaties objectief kan beoordelen. Hierin kun je jezelf trainen zodat je steeds gevoeliger wordt en steeds verder/dieper kan “intunen” op het innerlijke paard. Deze vaardigheid bleek voor mij een belangrijke aanvulling bij gedragsproblematiek. Zo heb ik onder andere ervaring opgedaan bij gedragsproblematiek gerelateerd aan verdriet, boosheid, het scheiden van paarden, paarden die de stal afbreken en paarden waarbij de verhouding met de eigenaar is verstoord.

Voor behandeling: boos paard zit niet lekker in zijn vel..

Na behandeling: hetzelfde paard met heel andere uitstraling..

Intunen geeft inzicht in wie het dier is, in zijn gevoelens en wat zijn/haar beweegredenen zijn. Soms is dat wat er nodig is bij gedragsproblematiek, geen training of (natuurgeneeskundig) middel, maar dat het paard gehoord wordt..

Dit intunen zit bij ieder natuurgeneeskundig consult inbegrepen maar sinds kort kunnen hiervoor ook losse afspraken gemaakt worden tegen gereduceerd tarief. Bij interesse neem contact op met mij.

 

Dik worden van hooi?

Kan een paard dik worden van hooi? Dat was een vraag die mij werd gesteld tijdens mijn laatste voedingslezing. Veel mensen willen best onbeperkt ruwvoer geven maar zien hun paard dan ook tonnetje rond worden.  ‘Mijn paard wordt dik van de lucht’ is een bekende formulering die iets zegt over de soms ondoorgrondelijke wegen van de stofwisseling…

Levende voeding bevat “organische stof” oftewel het energie leverende bestanddeel van voeding. Een ander, mooier woord voor organische stof is dus “energie”. Dit is het woord wat ik hieronder zal blijven  gebruiken. De meest bekende voorbeelden van energie zijn koolhydraten, eiwitten en vetten.

Nadat gras gemaaid is, is het niet gelijk dood en daardoor behoudt het nog enige tijd zijn energie. Hooi is in feite wel stervend gras dus de hoeveelheid energie neemt af naarmate het hooi langer “ligt te rusten” (of beter gezegd “ligt te sterven”). Kort na het maaien bevat hooi dus meer energie dan bijvoorbeeld een jaar later als er echt bijna geen leven meer in het hooi zit. Uiteindelijk is alle leven verdwenen uit het hooi en met dit leven dus ook de energie.

Energie, of organische stof, is dus eigenlijk brandstof voor het wezen dat ervan eet.

Paarden hebben ook energie nodig om in leven te blijven. Energie maakt dat ze kunnen bewegen, communiceren, ademhalen, mesten etc. Indien een paard een veulen aan de voet heeft heeft een paard meer energie nodig dan een gemiddeld recreatiepaard. Ook een paard in de sport mag voorzien worden van extra energie. Zodra de energie van een paard helemaal op is zal hij sterven.

Met energie in een levend wezen gebeuren 2 dingen:

  • deze wordt opgeslagen
  • deze wordt verbrand

Indien energie die aan het paard gevoerd wordt niet wordt verbrand, bijvoorbeeld om te bewegen, zal de energie worden opgeslagen waardoor het paard waarschijnlijk in gewicht zal toenemen. Naarmate een dier dus meer energie opslaat zal hij ook dikker worden. Naarmate een dier meer energie verbrandt zal hij minder energie opslaan. Als een dier weinig energie gevoerd krijgt en veel energie verbrandt zal hij afvallen.

Maar, het stofwisselingsproces wordt beïnvloed door vele factoren dus er kunnen meerdere redenen voor onder- of overgewicht zijn, maar bovenstaande “energie-formule” heeft doorgaans wel veel invloed op het gewicht van het paard.

Als hooi grover is, steviger en dikker van structuur, kost het het paard meer energie om deze voeding te verwerken dan dat fijner hooi kost. Grover hooi bevat dus niet perse minder energie maar zorgt wel voor meer verbranding waardoor minder opslag van energie plaats zal vinden.

Kuil wordt over het algemeen kort gedroogd dus die bevat daardoor meer energie. Ook voordroog heeft een kortere droogperiode en bevat daardoor meer energie (wel minder dan kuil). Ook worden deze in plastic verpakt waardoor energie langer bewaard blijft.

Hoe groener het hooi hoe meer leven er nog in het hooi zit en hoe groter de kans dat een paard er dik van wordt als het paard er veel van eet en weinig energie verbrandt.

Hooi met minder energie is:

  • Oud hooi, bijvoorbeeld overjarig hooi
  • Hooi waar de regen is in gevallen (maar wat wel nog goed gedroogd is)
  • Hooi dat een langere droogperiode op het land heeft gehad
  • Kruidenhooi

Kruidenhooi bevat in de regel ook weer meer mineralen wat er voor zorgt dat de energie die aanwezig is in het hooi efficiënter kan worden verwerkt door het paard. Zie ook mijn blog over het belang van mineralen en de voordelen van een kruidenwei .

Het donkere hooi onderop heeft een lagere energiewaarde dan het versere hooi bovenop.

Mineralen Alert

Mineralen zijn een belangrijk onderdeel van de dagelijkse voeding van mens en dier. Met mineralen bedoel ik ook sporenelementen want dit zijn mineralen die in kleinere hoeveelheid net zo belangrijk zijn voor onze gezondheid. Via het voedsel dat groeit op de aardbodem krijgen we mineralen binnen en als we sterven geven we de ze uiteindelijk weer terug aan de aardbodem. We lenen de mineralen als het ware van onze aarde. “Van stof en tot stof zult gij wederkeren” is een veelzeggende spreuk die gaat over mineralen. Ze vormen de basis van ons bestaan en de basis van ons functioneren want ze zijn betrokken bij alle stofwisselingsprocessen in ons lijf, bijvoorbeeld:

  • spiervorming
  • hormonale processen
  • het immuunsysteem
  • de spijsvertering
  • vorming van skelet en gebit
  • hoeven
  • ademhaling
  • vachtwissel

De stofwisselingsprocessen in ons lijf zijn altijd in beweging, zoekende naar de balans die nodig is om de gezondheid van het paard te optimaliseren. Mineralen gaan als onderdeel van deze stofwisseling allerlei interacties aan met andere mineralen. Stukjes mineralen worden doorgeknipt, hergebruikt, stukjes worden vernietigt, stukjes worden aan andere mineralen vastgeplakt of doorgegeven, enzovoort. Voor een goede werking van dit stofwisselingssysteem zijn allerlei verschillende soorten mineralen nodig.

De mineralenbalans is niet statisch maar een interactief proces. Sommige mineralen trekken elkaar aan en andere mineralen stoten elkaar af.

Maar, er zitten tegenwoordig steeds minder mineralen in de bodem. Vooral onze zandbodems raken uitgeput. Biologen trekken aan de bel. Kleine vogelsoorten lijden grote verliezen. Eieren drogen in en als ze al uit komen breken de jonge vogels niet zelden hun pootjes. Een verstoorde mineralenbalans in de bodem betekent een verstoorde mineralenbalans in ons lijf. Wat is er aan de hand?

Op veel plaatsen worden belangrijke mineralen letterlijk uit de grond verdreven. Dit heeft met meerdere factoren te maken maar als het om de gezondheid van onze paarden gaat speelt weidebeheer  een belangrijke rol. Injecteren van meststoffen en gebruik van bestrijdingsmiddelen zijn funest voor de mineralenbalans in de bodem. Slechts enkele mineralen zijn hier tegen bestand (bijvoorbeeld ijzer) waardoor risico op overdoseren van deze specifieke mineralen groter wordt. Slechts enkele grassoorten kunnen op deze bodem nog groeien terwijl juist kruiden dragers zijn van een breed spectrum mineralen dat nodig is voor een goede gezondheid. Paarden laten grazen op  geïnjecteerd en/of bespoten grasland raad ik daarom af. Een kruidenwei heeft mijn voorkeur. Ook hooi van de eerste snede, indien afkomstig van  geïnjecteerd grasland, is niet ideaal.

Een kruidenwei, rijk aan mineralen.

Geïnjecteerd grasland, arm aan mineralen.

 

Hoe smaller het aanbod mineralen in de bodem — > hoe groter de kans op ziekten. Gelukkig verdwijnen de meeste van deze aandoeningen op het moment dat de mineralenbalans wordt hersteld.

Voor meer informatie over het herstellen van de mineralenbalans zie ook de pagina mineralencheck of neem contact op met mij.

Giftige kruiden

 

“It’s the dose that makes the poison”

Paracelsus (1493-1541)

Maar…wat is die giftige dosis bij kruiden…

(On)Kruiden zijn normaal gesproken voedzaam omdat ze heel veel mineralen bevatten. Mede doordat er bij menig paard tekorten ontstaan aan mineralen en dit uiteindelijk klachten geeft, is de uitwerking van kruiden vaak geneeskrachtig en knappen veel paarden in de zomer op als ze een kruidenwei tot hun beschikking hebben. Als de dosering van een kruid relatief hoog is (wat in hoeveelheid laag kan zijn maar in “werkzame” stof hoog) kunnen kruiden schadelijk/ziekmakend zijn. Dit geldt overigens voor alles, zelfs voor water.

De exacte dosering die bepaalt of een kruid giftig is hangt (onder andere) af van het kruid en het paard.

De kruiden die in relatief lage dosering giftig zijn, groeien vaak ook maar in “lage dosering” op de wei. Kruiden waar de meeste paarden heel goed mee om kunnen gaan hebben vaak (niet altijd) de neiging om met z’n allen op hetzelfde moment en op dezelfde plek te willen groeien en bloeien. Kruiden die in bepaalde periodes heel voedzaam zijn, groeien vaak ook in die zelfde periodes. Bovendien groeien er vaak verschillende kruiden in dezelfde periode naast elkaar die elkaar ook goed aanvullen. Brandnetel en weegbree bijvoorbeeld, groeien vaak in elkaars buurt. Ik heb ooit een paard gezien die na het rollen in de brandnetels een allergische reactie teniet deed door zich vol te stoppen met weegbree. Een ander paard had een allergische reactie opgedaan, die mogelijk het gevolg was van de eikenprocessierups en zich uitte in gezwollen ontstoken slijmvliezen. Nadat de dierenarts ter plaatse was geweest om de zwelling weg te werken, wat nodig was omdat het paard niet meer kon eten en drinken, kreeg het paard toegang tot een kruidenwei. Als eerste at zij alle kopjes van de kamille die “toevallig” net in bloei stond. Kamille met haar ontstekingsremmende werking bleek een weldaad voor dit paard, ze knapte er zienderogen van op. In de natuur lijkt alles met voorbedachte rade te groeien en te bloeien…

Kazuo tussen de kamille

Als een paard intuïtief goed kan aanvoelen/waarnemen wat hij nodig heeft is de kans klein dat hij het slecht doet op een kruidenwei. Integendeel. Deze paarden blaken in de zomer (meestal) van gezondheid.

Bij sommige paarden gaat het selecteren van een eigen vers kruidenmenu minder goed. Dit kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld:

* minder goed werkende zintuigen

* te klein voedselaanbod

* karakter, bijvoorbeeld

– alles gewoon een x geprobeerd willen hebben

– denken/gewend zijn dat alles wat onder hun mond verschijnt lekker is

– bang zijn dat als zij het niet op eten de andere paarden het opeten

Wij mensen hebben het voorrecht dat we kunnen overgeven waardoor de gevolgen van voedselvergiftiging vaak beperkt blijven tot- en/of afgezwakt worden door braken. Paarden hebben dit geluk niet. Als het paard iets verkeerd heeft gegeten is er geen weg meer terug en moet het voedsel door het hele spijsverteringssysteem wat soms een paar dagen kan duren. Paarden hebben dan weer wel het geluk dat zij in de regel beter kunnen aanvoelen/waarnemen of en wanneer voedsel schadelijk is dan dat wij dat kunnen.

Soms geeft dit merkwaardige zeldzaamheden. Sommige paarden kunnen een hap nemen van een “giftig” kruid en vrolijk verder leven terwijl het gemiddelde paard in Nederland dit kruid niet kan verwerken en er een dierenarts aan te pas moet komen om het dier te verlossen van de soms hevige ziekte verschijnselen. Zo heeft één van mijn paarden de gewoonte zo nu en dan een bloemkopje van de jacobskruiskruid te verorberen als deze in bloei staat. De rest van het jaar blijft ze van de jacobskruiskruid af. Volgens “de boeken” zou jacobskruiskruid vers en in bloei voor acute hersenverschijnselen moeten zorgen. Nou ben ik altijd wel wat sceptisch over “de boeken” omdat daar veel schitterende heilzame kruiden worden afgespiegeld als dodelijke monsters maar hier was ik zelf toch ook wel even bezorgd over…Ook hoorde ik van één van mijn toehoorders afgelopen weekend dat haar paard op een buitenrit zo nu en dan een hap van een varen neemt en ook nog steeds heel gezond door het leven gaat…Een varen, daar heb ik nog gruwelijkere verhalen over gehoord dan over het jacobskruiskruid. Mogelijk zit er iets in deze planten wat deze paarden op het moment dat ze er een hap van nemen, meer goed doet dan dat de giftige stoffen kwaad kunnen doen.

Mijn conclusie luidt: giftigheid is betrekkelijk net als gezondheid. Wat voor het ene dier gezond is is niet altijd voor ieder dier gezond en wat voor het ene dier schadelijk is is niet altijd voor ieder dier schadelijk. Dat maakt natuurgeneeskunde zo’n ontzettend boeiend vak.

Paard & natuurgeneeskunde

 

Het paard is al ruim 60 miljoen jaar herbivoor, oftewel de expert op het gebied van kruiden. Even ter vergelijking, de geschiedenis van de primaten gaat ongeveer terug naar dezelfde tijd. De moderne mens (homo sapiens) is pas 200.000 jaar geleden ontstaan. Een natuurgeneeskundig therapeut kan alleen maar dromen ooit een kruid te kunnen observeren op dezelfde manier als een paard dat kan. Energetisch maar ook fysiologisch. Vaak kunnen paarden de therapeut daarom ook helpen door aan te geven welke kruiden of welke olie op een bepaald moment van betekenis zou kunnen zijn. Als een paard zich tegen een natuurgeneeskundige behandeling verzet of een afkeer heeft van een natuurgeneeskundig middel of kruid, is de kans groot dat dit middel bij dit paard op dit moment niet past.

Het paard is zo’n 6000  jaar geleden gedomesticeerd. Dit is relatief laat, namelijk zo’n 3000 jaar na de landbouwhuisdieren. Het paard is anno 2017 nog nauwelijks te onderscheiden van zijn (half)wilde soortgenoot. Ook het gedomesticeerde paard blijft zijn oorspronkelijke natuurlijke behoeften behouden: vrijheid, sociaal contact met andere paarden, beweging en natuurlijke voeding. De middelen waar wij in de natuurgeneeskunde mee werken zijn voor een deel gerelateerd aan de natuurlijke voeding van het paard. Paarden en kruiden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dit reflecteert zich bijvoorbeeld in het (in de meeste gevallen) bekwaam uitvoeren van zelfmedicatie wanneer de juiste omstandigheden zich aandienen, bijvoorbeeld een kruidenweide in de zomer. Zie ook http://www.sarakampert.nl/voeding/lang-leve-de-kruidenwei/   Maar paarden herkennen ook vaak de energetische middelen zoals homeopathie en de celzout-therapie. Ze weten of voelen vaak wat goed voor ze is. Natuurgeneeskundige middelen worden daarom, mits op de juiste manier ingezet, vaak goed ingenomen en (h)erkend door het stofwisselingssysteem. Dit zorgt ervoor dat ze goed worden verwerkt en van bijwerkingen nauwelijks sprake is.

Natuurgeneeskundig advies is geen vervanging van een dierenarts.

Wat is natuurgeneeskunde

Al sinds ons bestaan, leven wij mensen samen in tijden van goede gezondheid maar ook in tijden van ziekten, soms de dood tot gevolg. Door de eeuwen heen zijn daar veel theorieën over verschenen bijvoorbeeld in de religie, filosofie, alchemie en later ook de wetenschap. Heel lang hebben wij gedacht dat ziekte een gevolg is van demonen of natuurkrachten. Dat er sprake is van krachten van buitenaf. Dat de mens slachtoffer is van ziekte, een overtuiging die zich aardig lijkt te hebben vast gezet in ons denken want niet zelden is deze gedachte in de loop van onze geschiedenis opnieuw bekrachtigd. Bijvoorbeeld toen Louis Pasteur in de 19de eeuw zijn bacteriën theorie naar buiten bracht. Opnieuw was de mens slachtoffer van binnen dringende boosdoeners, dit keer van enge beestjes.

‘Ziekte ontstaat niet als een bliksemschicht bij heldere hemel’ (Hippokrates)

In de natuurgeneeskunde maakt ziekte niet zomaar willekeurig slachtoffers. In de natuurgeneeskunde zijn wij allemaal individuele personen die constant in verbinding staan met elkaar en met de rest van de wereld om ons heen. Ons leven is een groot scheikundig, fysiologisch en energetisch interactief ontwikkelingsproces. Zowel in onze innerlijke wereld, als in relatie met de wereld om ons heen. Sommige processen, bijvoorbeeld fysieke processen zijn zichtbaar. Andere processen bijvoorbeeld gevoelskwesties, manifesteren zich in de eerste instantie vooral op energetisch niveau. Er vindt continue uitwisseling plaats tussen al die processen op al die niveaus. Ziekte kan uiteindelijk ontstaan uit een, soms hele kleine, verstoring daar waar de energie niet meer harmonieus kan stromen. Zo’n verstoring kan zowel op fysiek, mentaal als energetisch niveau plaats vinden in dit totale omvangrijke continue ontwikkelingsproces. In de natuurgeneeskunde stellen we dan ook niet de ziekte maar de zieke centraal staat, als middelpunt van zijn eigen, soms ziekmakende, ontwikkelingsproces.

De natuur streeft naar herstel, zo ook elk individu als onderdeel van de natuur.

Hippokrates (490-430 v Chr) was natuurfilosoof en grondlegger van de (natuur)geneeskunde. Hij deelde zijn inzichten en vele daarvan (en van zijn leerlingen) worden ook nu nog gebruikt in de huidige natuurgeneeskunde. Hippokrates zag de mens als onderdeel van de natuur. Hij zag het als taak van de geneesheer om de patient/de natuur te ondersteunen in het genezingsproces dat van nature wil ontstaan. Wondgenezing, het uitdrijven van splinters, koorts, het zijn allemaal voorbeelden van krachtig optreden van ons zelfgenezend vermogen. Ons lichaam wil niks liever dan (ons) herstellen en zal bijna altijd erg zijn best doen dit doel te bereiken. Iedere uiting en ieder verloop van ieder ziektebeeld is anders want ook ieder individu en iedere situatie is anders. De (genees)kracht zit in de eigenheid/de kern van ieder individu, dat is de bron voor herstel, de bron van het zelfgenezend vermogen.

Lang leve de kruidenwei

De periode april/mei tot september/oktober is de ideale periode om de gezondheid van je paard een zet(je) in de goede richting te geven.
– De temperaturen zijn gestegen
– Het daglicht en het aantal zon-uren neemt toe
– Last but not least, de paarden kunnen de (kruiden)wei weer op

Ik ben ieder jaar gezegend met een schitterende kruidenwei. In april is die nog wat groen, in mei gaat geel overheersen en in juni wordt het een mooi schilderij met roze witte gele en paarse bloemen. Ook staan er verschillende struiken/hagen en bomen bij mij in de wei die geschikt zijn om door de paarden gesnoeid te worden.

Heel veel voedingsstoffen zitten er in de zomer in de kruidenwei vanwege de enorme diversiteit aan kleuren en structuren. Hoe diverser het landschap (hoogteverschillen, water, droog, schaduwrijk, zonrijk, etc.) en hoe diverser de grondsoorten (klei, zand, loss) hoe waardevoller de kruidenwei want hoe groter de diversiteit. Zowel bomen struiken als planten bevatten een breed scala aan voedingsstoffen/eigenschappen, en een verscheidenheid aan structuur. Ieder moment van de dag en nacht en met ieder veranderend weertype is een kruid fysiologisch en energetisch net weer even anders. Iedere maand groeien en bloeien er ook weer andere kruiden waardoor ook voedingsstoffen weer veranderen. De kruidenwei is hun supermarkt en apotheek tegelijk. Veel paarden weten instinctief wat ze nodig hebben als het aanbod maar divers is en als ze maar de kans krijgen te kunnen kiezen uit dat wat ze kennen. Dat zijn dus nìet de bloemen bomen of struiken die in een gemiddelde voor-/achtertuin staan, maar in de regel wel dat wat bij ons in de vrije natuur en inmiddels ook bij mij in de wei groeit.

Honger is uiteraard een minder goede raadgever. Ook zijn er altijd individuen die alles een keer geproefd willen hebben of beschikken over een minder goed functionerend onderscheidingsvermogen/zintuigen. Zie ook mijn blog over giftige kruiden.

Maar, als het om verse kruiden gaat die bij ons in de vrije natuur op de open vlaktes voorkomen dan is de tolerantiegraad voor ons gedomesticeerde paard in de meeste gevallen buitengewoon hoog en is het inschattingsvermogen bij onze gedomesticeerde paarden in de meeste gevallen buitengewoon goed.

Een kruidenwei is betrekkelijk eenvoudig te realiseren. De sleutel tot een schitterende kruidenwei betekent in veel gevallen: rust. Veel weilanden zijn immers groen, met soms maar enkele grassoorten. Intensief bemesten gaat hier meestal aan vooraf. Geen enkel kruid zal zich op een groene wei (langdurig) kunnen vestigen want anders hadden ze er al gestaan. Je krijgt waar de grond geschikt voor is, een cadeautje van moeder natuur. Kruidenmengsels op een intensief bemest weiland inzaaien heeft dan ook niet veel zin. Veel kruiden willen armere, licht zure grond. In veel gevallen betekent dat ‘laat de wei met rust en de kruiden komen vanzelf naar je toe’. Kruiden worden niet voor niks vaak “onkruid” genoemd. Ze laten zich vanzelf zien zodra de grond geschikt is. Bemest daarom niet volgens een jaarlijks schema, maar aan de hand van wat er groeit en bloeit op de wei. Om de paar jaar een dunne laag compost uitrijden is in veel gevallen meer dan voldoende om aantrekkelijk te blijven voor de meeste wilde kruiden en net niet arm genoeg om (erg) aantrekkelijk te worden voor jacobs kruiskruid.

Dit groeit er zoal bij mij op de kruidenwei

Mei 2016      

Juni 2016   

Juli 2016     

Onder andere: fluitekruid, duizendblad, muur, winde, groot hoefblad, madeliefje, weegbree, akkermelkdistels, heermoes, hazepootjes, kamille, perzikkruid, herderstasjes, bramenstruiken, rode klaver, witte klaver, hopklaver, zuring, paardenbloem, robertskruid, ooievaarsbekje, duizendblad, wikke,serradella, brandnetel, st janskruid, kleefkruid, biggenkruid, grasklokje, melganzevoet, vlas, paarse dovenetel, canadese fijnstraal, vergeet-me-nietje, zandblauwtje, beemdkroon, akkerkool en zo af en toe een verdwaalde klaproos, korenbloem, zonnebloem, grasklokje, margriet en akker-/mariadistel (althans, haar rozet. De rest van de mariadistel krijgt de kans niet.) Daar doorheen groeien nog allerlei verschillende gassoorten.

Takkenvoer

Boombladeren en takken uit onze schitterende natuurbossen zijn erg populair bij paarden. De harde sterke structuur van bladnerven, takken en bast zijn voor veel paarden een welkome aanvulling net als het scala aan voedingsstoffen. Ook ik struin de bossen af nadat het gestormd heeft/de gemeente snoeiwerkzaamheden heeft verricht, of als menig naaldboom is gezwicht onder het gewicht van de sneeuw.

Een afgewaaide wilgentak na een voorjaarsstorm

Bij het verzamelen van takken/bladeren voor de paarden, let erop:

– dat de takken enigszins vers/levend zijn. Dan zijn de takken nog vrij van micro organismen en insecten die in het bos thuis horen en niet op een wei/stal. Bovendien zijn de takken juist vers voedzaam voor onze paarden.
– er niet teveel zand aan de takken en bladeren zit in verband met het risico op zandkoliek
– dat er op takken van de eik geen spinsels zitten en/of er veel bladeren zijn aangegeten door rupsen in verband met de eikenprocessierups.
– dat je gebieden kiest waar niet al teveel honden worden uitgelaten
– neem géén takkenmateriaal mee dat in varens/vingerhoedskruid heeft gelegen
– in het bos wordt regelmatig illegaal snoeiafval gestort, dit is in de regel nìet geschikt voor paarden.
– géén takken van sparren en géén takken van acacia voor de paarden
– esdoorn voor de zekerheid in het najaar vermijden

De afgebroken/gesnoeide takken waar ik mijn paarden geregeld blij mee maak zijn:

Mijn paarden doen zich tegoed aan een afgewaaide tak van een populier

– eik
– beuk
– iep
– populier
– esdoorn
– wilg
– berk
– linde
– hazelaar
– lariks
– els
– tamme kastanje

Wel ben ik altijd voorzichtig met takken als er jonge (vaak groene) vruchten aan groeien.

Als de bladeren zijn opgegeten, laat dan de takken gerust nog wat langer in de wei liggen (niet in de modder) want in veel gevallen komt de bast ook nog aan de beurt.

Voer voor de maag

Koliek door maagpijn is niet uitzonderlijk maar in de meeste gevallen wel relatief eenvoudig te voorkomen. Voeding speelt hierbij een belangrijke rol.

De paardenmaag is in een aantal opzichten bijzonder. Paarden maken 24 uur per dag maagzuur aan. Wij maken pas maagzuur aan als we geconfronteerd worden met eten. We willen gaan eten en de maag wordt alvast voorbereid op wat er komen gaat. De paardenmaag wordt 24 uur per dag voorbereid op wat er komen gaat. Om deze reden is het dus belangrijk dat er ook altijd ruwvoer in de maag aanwezig is zodat het maagzuur ook iets te doen heeft. Indien de maag leeg is zal het maagzuur zijn eigen maagwand gaan verteren waardoor maagzweren kunnen ontstaan. Dit aantasten van de maagwand is één van de oorzaken voor koliek.

-Het is dus belangrijk dat de momenten tussen het voeren door zo kort mogelijk duren. Zes uur is het absolute maximum. Een continue aanbod van ruwvoer (hooi) zou ideaal zijn maar is voor paarden die snel dik worden vaak minder ideaal. Zie ook mijn blog ‘dik-worden-van-hooi’. Het hooi aanbieden in een slowfeeder met mazen van 3cm is dan een optie. Ook kan het interessant zijn te onderzoeken waardoor bijvoorbeeld verzadiging uitblijft. Slowfeeders met roosters kunnen schade aan het gebit veroorzaken, daarom geef ik de voorkeur aan een hooinet met mazen van 3cm om de periode tussen de voermomenten te overbruggen.

– Ook is het belangrijk je paard niet aan het werk te zetten zonder dat er iets van ruwvoer in zijn buik zit. De bovenkant van zijn maag bevat namelijk geen enkele bescherming tegen het maagzuur. Zonder maagvullling in de vorm van ruwvoer gaat het maagzuur spetteren als je hem aan het werk zet. Veel maagzweren aan de bovenkant van de maag ontstaan doordat een paard aan het werk wordt gezet met een lege maag.

– Geef krachtvoer nooit op een lege maag. Voer altijd eerst ruwvoer. Als een paard hooi eet maakt hij veel speeksel aan. Het speeksel maakt de zuurgraad in de maag minder zuur waardoor de maag beter beschermd is tegen het zuurmakende krachtvoer. Paarden met problemen in de maag zullen daarom vaak “morsen’ met hun krachtvoer en/of voernijd hebben want ze vinden het voer lekker maar het doet ook wel zeer in de maag.

– Water heeft dezelfde uitwerking als speeksel op de zuurgraad. Veel paarden vinden het daarom fijn het hooi te mogen soppen.

– We weten dat het spijsverteringskanaal van paarden reageert op stress. Op veel (m.n. grote) stallen is er veel stress rondom voermomenten. Het loont de moeite om te kijken hoe je het stressniveau bij de paarden op deze momenten zo laag mogelijk kan houden en de stressmomenten zo kort mogelijk kan laten duren om schade aan het maagdarmkanaal zoveel mogelijk te voorkomen.

Een natuurlijke slowfeeder. Het hooi is relatief eenvoudig te bereiken en daardoor toch nog vrij snel op. Wel biedt het strippen van de bast ook het nodige tijdverdrijf, maagvulling en voeding. Let op: Niet alle takken zijn geschikt en voer dit niet op nat zand. (Zie ook  ‘takkenvoer‘ )

Afspuiten?

De paardenbenen van veel paarden worden vaak afgespoten met koud water. Er lopen vele dunne bloedvaatjes naar alle lichaamsuiteinden. Tijdens en na inspanning hebben de bloedvaten zich uitgezet zodat doorstroming in een hogere versnelling kan plaats vinden. Bijna alle fysiologische processen in het lijf zijn op dat moment betrokken bij processen die te maken hebben met het afvoeren van hitte. Je kan je voorstellen dat na een cooling down het hele lichaam aanvoelt als herboren. Alle gewrichten zijn gesmeerd, organen voorzien van nieuw frisse energie en het bloed stroomt weer door tot in de kleinste haarvaatjes in de verste uiteinden van onder andere de hoeven, pezen en vlak onder het huidoppervlak.

Spuit je vervolgens koud water op de benen, dan trekken al deze haarvaatjes acuut samen en stagneert de doorstroming op die plaatsen in zijn geheel. Ontspanning wordt ruw verstoord door een acute stressreactie. Gebeurt dit vaak dan groeit het risico op schade aan de vaatjes en aan de omliggende weefsels. De kans op schade door afspuiten wordt groter:

– als het water erg koud is

– als de straal sterk is

– als het afspuiten lang duurt

– als er bandages om de benen zaten

– bij koud weer

– als de paardenbenen geschoren zijn

– als het paard erna op stal wordt gezet

– als het paard aangeeft dat hij het afspuiten niet prettig vindt

Veel paarden kunnen niet stil staan, gaan schrapen, gaan ‘gekke bekken trekken’ of tonen (andere) vormen van stereotiep gedrag op het moment dat de benen worden afgespoten met koud water. De kans is groot dat de paarden hiermee proberen aan te geven dat dit afspuiten als (zeer) onprettig wordt ervaren. Beter is het om het paard te voorzien van een goede cooling down. Voor de meeste paarden en in de meeste situaties is een cooling down voldoende.

Tenzij extreme inspanning is geleverd en/of als het erg warm weer is. In die gevallen zou mijn advies zijn, wissel afspuiten en wandelen af. Een nat paard kan moeilijk hitte afvoeren dus spuit hem, in zijn geheel, kort nat met niet al te koud water. Het paard zal hierdoor aan de oppervlakte afkoelen zonder dat de haarvaatjes samentrekken. Maak het paard erna vlug droog en ga wandelen. Dit afkoelritueel kun je in deze volgorde herhalen.

Met de groeten van Nova, een tevreden paard op de afspuitplaats

Kauwen en likken tijdens training

Om het nut van kauwen en likken in een trainingssituatie te kunnen beoordelen moeten we weten waarom het paard dit doet en wat er fysiologisch gebeurt.

Kauwen en likken tijdens de training is bij meerdere diersoorten waaronder het paard, in veel gevallen een stressreactie.

Bij verschillende trainingsmethoden wordt het paard de volte op gestuurd. Soms wordt hierbij de druk vrij hoog opgevoerd. Als je een paard in zijn eentje voortdurend van je wegjaagt in een kleine ruimte staat het paard onder invloed van stress. Deze situatie gebruik ik daarom als voorbeeld om uit te leggen wat er met het paard gebeurt tijdens stress.

In dit voorbeeld wil het paard (van je) weg, maar het verste weg wat hij kan, is eindeloos rondjes galopperen op de volte. Hoe fanatieker dit wegjagen en/of hoe gevoeliger/onzekerder en/of overrompeld het paard, hoe hoger de opbouw van stress. Zo’n stressreactie is niet alleen een lichamelijk maar ook een mentaal en emotioneel proces. Het goede nieuws is, je reflexen zijn uitmuntend en je snelheid en kracht ook. Het slechte nieuws is, je  bloedvaten vernauwen, je bloeddruk stijgt, stresshormonen bemoeien zich met de stofwisseling en je kan niet meer normaal nadenken. Zenuwen die betrokken zijn bij een stressreactie zijn niet dezelfde zenuwen die de speekselklieren aansturen waardoor de mond droog wordt op het moment dat het paard stress ervaart. Pas wanneer de acute stress afneemt is het paard minder gericht op wat er om hem heen gebeurt waardoor hij zich  bewust wordt van zijn droge mond. Instinctief handelen maakt plaats voor bewust handelen, het paard  gaat zijn droge mond bevochtigen door de mond te bewegen en daarmee speekselklieren te activeren. Kauwen en likken tijdens de training is dus eigenlijk een reactie die ontstaat direct ná stress.

 

De keerzijde van voltewerk

 

Paarden die op de volte draven of galopperen vallen van nature vaak naar binnen, oftewel ze lopen scheef op de volte. Dit is een heel natuurlijke reactie want het is de meest praktische manier om op hoge snelheid een bocht te kunnen maken zonder om te vallen. Je kan het vergelijken met wat er in zo’n situatie bij ons op de fiets gebeurt. Bij veel paarden gebeurt dit ‘naar binnen vallen’ op de volte al in draf, maar hoe hoger de snelheid en hoe scherper de bocht, hoe meer het paard met zijn gewicht naar binnen valt. Het gevolg is dat het paard zijn hoofd naar buiten zal dragen en/of kantelen om zijn balans te bewaren. Doet hij dit niet dan valt hij om. Het hoofd van een paard weegt heel zwaar daarom kan hij ‘het naar binnen vallen’ van zijn lichaam met zijn hoofd compenseren. Een ander gevolg van het zware hoofd is dat paarden het grootste deel van het gewicht op de voorhand dragen. Valt een paard op de volte naar binnen dan valt het grootste deel van het gewicht dus tijdelijk op het binnenvoorbeen. Op zich is dat geen probleem als het paard af en toe op hoge snelheid een bocht neemt. Wij vragen echter van het paard dat hij in een bak/piste/op longeercirkels, vaak en/of langdurig op de volte loopt. ‘Te’ is nooit goed,  waardoor voltewerk vaak risico’s op blessures met zich mee brengt.

Paard zoekt naar balans in een bocht. Als het lichaam naar binnen valt wijst het hoofd naar buiten. Met dank aan fotograaf Reindert Jansen en eigenaresse van het paard Monique Lankhaar.

Safiyya in een bocht: haar lichaam valt naar binnen en haar hoofd wijst naar buiten. Met dank aan fotograaf Reindert Jansen en eigenaresse van Safiyya Monique Lankhaar.

Als reactie op dit ‘naar binnen vallen’ pakken veel mensen naar hulpteugels alleen met deze “hulp” trek je het paard uit balans. Hij zal spanning opbouwen en zijn hoofd (nog meer) gaan kantelen in de zoektocht naar balans waarin wij hem zijn gaan hinderen. Dit is geen gezonde basishouding en geen gezonde gemoedstoestand van je paard en dus ook geen houding/toestand waarin je je paard wil trainen. Een duurzame en gezonde oplossing zou zijn: leer je paard zijn gewicht te verdelen over vier benen vóórdat je hem de volte op stuurt. Je paard leert zichzelf in balans te dragen en het paard zal hier ook in een later stadium nog veel profijt van hebben. Instructeurs in de klassieke dressuur en de academische rijkunst kunnen je hier verder mee helpen.

Kazuo draagt zichzelf al meer op 4 benen.

Kazuo draagt zichzelf al meer op 4 benen

 

 

 

Ervaren betekent rust bewaren

 

Je haalt het meeste rendement uit de training als paarden ontspannen de training in gaan en ontspannen blijven gedurende de training. Op deze manier kan hij “zijn hoofd erbij houden” en dus ook iets leren.

Als je een onzeker (vaak jong en/of onervaren paard) aan het trainen bent en hij wordt onrustig of bang is het zinvol zijn zorgen serieus te nemen en er iets mee te doen om erger te voorkomen. Houd je paard in beweging maar werk wel naar ontspanning toe zodat je het contact met het paard niet verliest. Hoe precies dat verschilt per paard, per begeleider en per situatie. Voor sommige paarden zal het zinnig zijn het paard kalmerend toe te spreken en iets dichter bij je te laten komen omdat hij je steun nodig heeft. Een ander paard of een andere situatie kan vragen om een meer bemoedigend ‘kom op joh, niks aan de hand’.

“As soon as you trust yourself you will know how to live”

(Johann Wolfgang von Goethe).

Een onzeker paard mag groeien in zijn zelfvertrouwen en het is onze taak hem daarin te begeleiden. Dit doe je meestal niet door hem het zelf uit te laten zoeken of hem in zijn uppie verder van je weg te sturen, hierdoor wordt zijn onrust/angst in veel gevallen juist gevoed. Een onzeker paard mag leren vertrouwen. Vertrouwen op zichzelf en vertrouwen op ons. Om te leren vertrouwen moet een paard vertrouwen kunnen ervaren. We weten nu dat ervaren betekent rust bewaren, immers een gestrest paard leert niks. Om vertrouwen te kunnen ervaren moeten wij het paard vertrouwen aanbieden. Dit kan door zelf geduld en vertrouwen uit te stralen en oefeningen aan te bieden waarmee we zijn vertrouwen (lees: zijn persoonlijk succes) in de training vergroten.

Er is niets zo mooi als een meewerkend en meedenkend paard maar hiervoor is hersenactiviteit en zelfbewustzijn nodig. Deze functioneren en ontwikkelen zich vooral in rust.

Harmonie in synchronie

Freulle en Camille bewegen tegelijkertijd als ze  samen voor de kar lopen. Foto met dank aan Willie Meesters

 

 

 

 

In het leger weten ze het allang, je overstijgt jezelf wanneer je deel uitmaakt van een collectief geheel:

“armies do not walk in step for exercise” (Paul Byers 1977).

Er ontstaat een verbintenis met elkaar, een gevoel van grootsheid, van grenzeloosheid.

 

Verbinden is de essentie van ieder sociaal wezen, het gebeurt overal om ons heen. Zowel in het groot als in het klein. Bijvoorbeeld als grote zwermen spreeuwen hun adembenemende luchtshows weggeven. Of als 2 paarden samen voor de wagen worden gespannen. Na enige tijd vormen ze samen een dynamisch geheel. Voor de kar maar ook in hun prive leven kunnen ze onafscheidelijk worden. Het lijkt alsof ze één individu zijn geworden. Twee zielen één gedachte. Gesynchroniseerd voortbewegen schept een band (“muscular bonding”) bij alle sociale dieren inclusief de mens, de dansvloer is immers de bron van menig relatie. Op het paard, achter op de fiets of in een verhitte discussie passen wij ons aan, aan het tempo/de toon die is gezet. Niet zelden gebeurt dit “aanpassen” onbewust, zo ook bij het zien van de gapende medemens die ons onwillekeurig “besmet”. Andersom werkt het net zo, éénheid creëert synchronie. Fotografeer een dravende merrie met een veulen aan de voet en in veel gevallen lopen ze synchroon. Door éénheid is er orde, een swingend onvermoeibaar geheel waarin alles klopt. Een proces dat energie oplevert waar het alternatief energie kost.

Op de video Mereles met haar zoon Bold Rainbow Dancer. Met dank aan Dominique Cuyvers van de Equus Gestaltung Method en haar Rainbow Appaloosa Ranch in Zuidwest Frankrijk.

Evan en Noha knipperen op hetzelfde moment met hun ogen

Om met je paard deze vloeiende, prettige manier van samen zijn/bewegen te bereiken moet je je aan willen en kunnen passen. Jezelf open stellen, bereid zijn aandacht te schenken aan wat de ander doet, in je opnemen hoe, invoelen en anticiperen. Samen synchroon voortbewegen is meer dan alleen ‘staan-zitten’ of een andere vorm van fysieke activiteit. Er is geen sociaal gezag, hiërarchie of leiderschap, in plaats daarvan is er (gedeeld) initiatief, samen-werking en plezier. Er is een emotionele verbinding die niet ontstaat vanuit je hoofd maar ontstaat vanuit je hart. Deze verbinding staat voor liefde, gelijkwaardigheid en het hier en nu. Deze verbinding kan ontstaan op het paard maar ook door gewoon met het paard te ‘zijn’. Paarden zijn ontvankelijk voor onze gevoelens en ervaringen en zijn bereid hierop te anticiperen. Sla een diepe zucht op je paard en de kans is groot dat je paard dit voorbeeld volgt omdat hij open staat en het gevoel (her)kent en ervaart. Synchroniseren is heel natuurlijk voor het paard. Leven is bewegen en dat doe je het beste met de stroom mee.

557a8188  557a8189  557a8190

Met dank aan fotograaf Reindert Jansen en eigenaresse van Safiyya, Sadeek en Bint Ghaniya Monique Lankhaar.

 

Voor meer informatie over dit onderwerp:

* Frans de Waal – Een tijd voor empathie, Amsterdam, Contact, 2009

*Julie A. Smith en Robert W. Mitchell – Experiencing Animal Minds, An anthology of Animal-Human encounters, Columbia University Press, 2012

Hoofdstuk 7 is in te lezen op internet: Gala Argent- Toward a Privileging of the Nonverbal: Communication, Corporeal Synchrony, and Transcendence in Humans and Horses http://www.academia.edu/1598658/Toward_a_Privileging_of_the_Nonverbal_Communication_Corporeal_Synchrony_and_Transcendence_in_Humans_and_Horses

Schuilstal geschikt bevonden..

Een schuilstal is ‘geschikt bevonden’ als het paard er gebruik van durft te maken op het moment dat hij/zij er gebruik van zou willen maken.

Als mijn paarden mee konden praten over het ontwerp zouden dit ongeveer hun wensen zijn:

– Plaats de schuilstal uit de wind. Slechts windkracht 3 heb ik er voor over mijn schuilstal te bereiken, bij windkracht 4 moet die wel van heel massieve huize komen, wil ik de harde wind trotseren en binnen gaan. Liever sta ik op veilige afstand van de schuilstal vol in de regen te rillen van de kou, dan dat ik onder een paar klapperende golfplaten droog sta. Safety first!

– Vrij van energetische belasting. Velen van ons voelen wateraders en aardstralen feilloos aan. Als we bepaalde plaatsen mijden is dat niet voor niks.

– Groot genoeg voor mijn paardenvrienden met een goed humeur en mijn paardenvrienden met een slecht humeur (en dit kunnen er met langdurig slecht weer best veel zijn).

– Veel en/of grote openingen zodat de asocialen onder ons de doorgang niet kunnen blokkeren. Daarnaast, als 1 van ons het op z’n heupen krijgt dan krijgen we het allemaal op onze heupen en dan willen we graag allemaal tegelijk naar buiten.

– Veel (uit)zicht. Verrassingen zijn leuk zolang we ze ruim van tevoren kunnen zien aankomen. Het hoofd van onze baas onaangekondigd om de hoek van de stal, hoe vrolijk ook, is niet grappig.

– Dichte wanden. Ondanks dat wij alles graag als eerste willen weten, wil ik toch ook juist graag een schuilstal waarin ik mij soms even kan terugtrekken, zonder het geluid van de voorbij rijdende auto’s/spelende kinderen, of het zien van dat vervelende paard in de wei naast ons. Soms wil ik even niets en niemand aan mijn hoofd.

– Koel en donker in de zomer. Ons traanvocht wordt opgepeuzeld, ons bloed afgetapt en soms worden we zelfs draagmoeder van parasieten. Logisch dat we ons juist in de zomer graag verstoppen voor al dat vliegend kwaad.

– Een lekker warm ligbed van stro met binnen schijnend zonlicht in de winter…Wind, regen, sneeuw, het vreet energie vooral van de zwakkeren onder ons. Je even opladen /kunnen wegdromen in een warm strobed, is dan geen overbodige luxe. Voor de zwakkeren onder ons is zo’n mini-Benidorm zelfs onmisbaar.

– Enige demping van geluid. Hagelstenen of vallende eikels op golfplaten of damwandplaten…letterlijk oor-verdovend.

– Sommige van ons dragen met trots de naam “sloper”…Last but nost least, stevigheid.

schuilstal

Een groen dak biedt isolatie tegen het geluid van bijvoorbeeld harde regen of eikels maar ook tegen de hitte in de zomer en tegen de vrieskou in de winter. Verder is een groen dak een verrijking van de natuur en landschapsvervuiling blijft beperkt. Mede om die redenen wordt een schuilstal met een groen dak vaak eerder gedoogd in gemeenten met een streng(er) schuilstallenbeleid.

Samengevat, bij het bouwen van een schuilstal let op:

– strategische ligging in verband met wind, bomen en energetische belasting

– veel ruimte, hoe groter je schuilstal hoe groter de kans dat ze er allemaal in gaan

– vluchtroutes en (uit)zicht vergroten het gevoel van veiligheid en zorgen voor ventilatie

– dichte wanden zorgen ervoor dat een paard zich terug kan trekken

– isolatie met het oog op temperatuur regulatie en demping van geluid

– stevigheid

 

 

Kan een paard kou lijden?

 

Het regent al 3 dagen (zo lijkt het) en het is koud. Het is oktober en de paarden zitten dus nog niet optimaal in hun wintervacht. Het is echt van dat weer waarbij je denkt “ik ben blij dat ik geen paard ben” want die van jou staan immers 24/7 buiten. Je trotseert de regen en holt de wei in om de paarden te voeren. De ochtend lijkt daarin niet heel opmerkelijk, totdat je bij je paard aan komt. Een goedemorgen-hinnikje kan er dit keer niet vanaf . In plaats daarvan kijkt je paard triest uit z’n ogen en staat te rillen. Even krijgt hij zelfs kramp in een achterbeen…merkwaardig…maar, weemoed maakt al gauw plaats voor ratio. Een paard is geen mens en heeft dus geen warme of droge ruimte nodig bij kou en regen…toch?

Antropomorfisme is een morele discussie op zich. Antropomorfisme wil zeggen dat we onze menselijke gevoelens/emoties niet mogen toekennen aan dieren. Het is een regel uit de wetenschap die voortkomt uit de overtuiging dat een activiteit van een dier niet meer is dan dat wat je als wetenschapper kunt zien en meten. Een wetenschapper kan niet “meten” wat een paard voelt dus is rillen niet meer dan een fysieke waarneming anders wordt het “speculeren”. Bij menselijke gedragingen voldoet wel een meer emotionele terminologie. Hierdoor lijkt het alsof dieren in tegenstelling tot mensen geen gevoelens/emoties hebben.*

De morele status van het paard lijkt in Nederland langzaam te verbeteren. We zijn ons er steeds meer van bewust dat paarden wel degelijk emoties en gevoelens hebben net als wij. Paarden kunnen blij zijn om een goede paardenvriend weer terug te zien of depressief zijn en rouwen om het gemis van een goede vriend. Soms sterven ze zelf(s) van verdriet, net als wij. Maar paarden kunnen ook voldaan of trots zijn na een moeilijke prestatie en genieten van teambuilding, net als wij. En paarden kunnen ook kou lijden en dan rillen ze, net als wij.

Ieder paard is anders. Het rechter paard op de foto lijkt het sneller koud te kunnen krijgen dan het linker paard omdat zijn lichaamstemperatuur onder dezelfde omstandigheden lager is

Zodra onze omgeving kouder wordt reageren de paarden net als wij. Om onze lichaamstemperatuur op peil te houden daalt als eerste de oppervlaktetemperatuur zodat er minder warmte wordt afgegeven aan de omgeving. Dit “isoleren” gebeurt bij paarden door het aanmaken van de wintervacht, het afzetten van lichaamsvet en door het dichtknijpen van de bloedvaatjes in de huid. Bij mensen noemen we dit kippenvel. 

Als ondanks de isolatie de kou toch binnendringt in het lichaam volgt plan B: rillen. Rillen is een vorm van arbeid waarbij energie vrij komt in de vorm van warmte waardoor de lichaamstemperatuur kan stijgen. Indien de warmte die door rillen wordt opgewekt het lichaam teveel energie kost, volgt plan C: onderkoeling. Het lichaam gaat in overlevingsstand, bloed stroomt alleen nog naar de vitale organen. De benen horen hier niet bij. Dit is de reden waarom het paard in bovenstaand voorbeeld ook last begon te krijgen van kramp.

In wezen is het proces van kou lijden dus vergelijkbaar met dat van ons.

Het ene paard ervaart eerder kou dan het andere paard. Natuurlijk zal een gezond paard dat bevoorrecht is zijn wintervacht te mogen ontwikkelen en behouden het niet snel koud hebben. Veel van deze paarden kunnen prima 24/7 op de wei, maar (!) niet ieder paard en niet iedere huisvesting is hetzelfde.

De kans op kou lijden wordt groter wanneer:

  • het paard gevoelig en/of zwakker is (oud/jong/geblesseerd/mager etc)
  • er weinig/geen (voor het paard geschikte) schuilgelegenheden zijn
  • het paard nat is en/of in de wind staat
  • de kudde klein en/of instabiel is
  • het paard op hoefijzers staat
  • er niet onbeperkt ruwvoer wordt aangeboden
  • de permanente bewegingsruimte klein is
Om het lichaam op temperatuur te kunnen houden mag de bloedcirculatie niet geremd worden. Rechtsvoor is dit wel het geval. Rechtsvoor is de enige beslagen hoef. Foto met dank aan Joe Camp die onderzoek heeft gedaan naar het belang van het hoefmechanisme.

Om het lichaam op temperatuur te kunnen houden mag de bloedcirculatie niet geremd worden. Rechtsvoor is dit wel het geval. Rechtsvoor is de enige beslagen hoef. Foto met dank aan Joe Camp.

‘Kou lijden’ moet op de eerste plaats gezien/(h)erkend worden door de eigenaar. Daarna kunnen de leefomstandigheden (tijdelijk) afgestemd worden op het kou-lijdende-paard.

Niet hopen dat je paard zich aanpast aan het nederlandse klimaat en het soms medogenloze schuilstallenbeleid in jouw gemeente, want een paard dat kou lijdt, lijdt, net als wij.

 

* Voor meer informatie over speciesisme/de status van het dier :

Rene ten Bos – Het geniale dier, Amsterdam, Boom, 2008

Martha Nussbaum – Een waardig bestaan, Amsterdan, Ambo, 2006

Frans de Waal – Een tijd voor empathie, Amsterdam, Contact, 2009

3 hoeraatjes voor iedere scheet

 

Trots liep ik de wei in om m’n paarden hun bosje vers geknipt riet te serveren. Kazuo pakte maar 1 stengeltje riet, at deze met lange tanden en ging staan  schrapen…‘Ownee, koliek!’ Ik belde de dierenarts en schoof aan bij Kas, die inmiddels was gaan liggen. Ook m’n altijd heel betrokken merrie Noha schoof aan. Kazuo leek snel achteruit te gaan, kreunen, tanden bloot, ik belde nog eens met het vriendelijk doch dringende verzoek haast te maken. Gelukkig bleken de hulptroepen onderweg.

Noha, m’n andere paard, was er al. Haar hoofd hing over Kazuo heen. Ze bleef gapen, ze leek wel in trance, zo kalm, zo gericht, hier was iets gaande op energetisch niveau waar geen therapie tegenop kan, ik durfde haar niet te storen…Toch waren mijn zorgen inmiddels gestegen tot op het niveau dat ik het nodig vond Kazuo op het hart te drukken nog een lange tijd bij ons te blijven. Ik kon het niet laten mijn woorden kracht bij te zetten door zijn hoofd te aaien. Toen Kas z’n hoofd weg draaide omdat hij niet van dat sentimentele gedoe houdt,  richtte ik mij maar tot mijn telefoon. Immers, gedeelde smart is halve smart. Noha had hier duidelijk een andere mening over, die vond dat mijn kniezen nu wel lang genoeg had geduurd. Ze bleef me maar omver duwen wanneer ik mij tot mijn telefoon wilde richten. De volhardende Noha. Toen ik naar haar keek kreeg ik hoop. Ze had gelijk, ik heb kennis en ben gezegend met een paar bijzondere handen, en nu is toch wel “het moment” (daarmee) iets te doen…Ik boog me nu ook over Kazuo heen en begon lange rustige strijkingen te maken van voor naar achter over zijn lichaam. Ik begon op de niet pijnlijke rug waar mijn handen altijd worden gewaardeerd, en langzaam zakte ik af naar de pijnlijke buik. Ik vertrouwde erop dat als deze strijkingen niet heilzaam zouden zijn, Kazuo (of bijdehante Noha) het wel zouden aangeven. Soms liet ik even instinctief mijn handen rusten op zijn buik, maar meestal waren het strijkingen, ik wilde immers de energie laten stromen. Kazuo onderging de behandeling rustig en ook Noha leek tevreden. Enige minuten later had Kazuo weer de kracht overeind te komen. Ik schrok van de zweetplekken aan de andere kant, maar wat was ik blij dat hij weer stond. Op zijn gemakje liep hij de stal in om in de schaduw te gaan staan. Hij was duidelijk nog niet helemaal hersteld, maar stond in ieder geval relatief ontspannen op rust op het moment dat de dierenarts ons kwam vergezellen.

Kazuo had gas in z’n darmen. Er volgde een paar aangename wandelingen verspreid over de dag, met geregeld tempowisselingen om zijn darmen te laten ‘schudden’ zodat het gas kan ontsnappen. Iedere scheet was een hoeraatje waard.

Koliek blijft altijd spannend. Bij Kazuo hadden we geluk dat we er zo snel bij waren. Zaten de darmen vol gas dan loopt je het risico dat ze gaan draaien (lucht stijgt op). Waarschuw bij een vermoeden van koliek altijd de dierenarts en ga samen met hem/haar op zoek naar de oorzaak/oorzaken. Hoe eerder de dierenarts er is, hoe groter de kans op herstel.

Met natuurgeneeskunde kun je na afloop aan de gang om bijvoorbeeld de darmflora te herstellen .

Met de groeten van Kazuo, hier weer in helemaal in zijn nopjes.

‘Die oren vallen er echt niet af!’

 

Zo logisch, maar toch moest mijn rij instructeur klassieke dressuur mij hier iedere 5 minuten weer aan herinneren. Wat een engelengeduld had die man, want toch zakte mijn blik steeds weer naar beneden wanneer ik m’n hoofd niet heel bewust bleef oprichten. Wat een hardnekkige gewoonte was het ‘tussen de oren van je paard kijken’ geworden…

 

‘Naar de horizon kijken, want daar ga je naar toe, samen met je paard…’

 

François Robichon de la Guérinière (c.1688-1751)

 

We ervaren het allemaal. Als je ergens loopt terwijl je naar de grond “kijkt” nemen je gedachten al gauw een loopje (tenzij je je gedwongen voelt de grond te scannen omdat je je op een ‘poepveldje’ begeeft). In je hoofd ben je misschien de hele dag aan het herleven. In het hier en nu ben je slechts fysiek nog aanwezig. Dit maakt je op dat moment tamelijk ontoegankelijk voor de omgeving, misschien zelfs vermoeiend gezelschap…

 

Het is een stuk makkelijker om met iedere vezel in je lijf het hier- en  nu te ervaren als je kijkt naar je omgeving. Open, vaak opgewekt, treedt je de wereld tegenmoet. Prettig en uitnodigend voor de mensen om je heen. Loop je naast zo iemand dan is de energie een stuk frisser en zal er waarschijnlijk vanzelf een dialoog ontstaan. De sfeer kan zelfs zo motiverend zijn dat je er in kan blijven ‘hangen’ wanneer jullie wegen weer scheiden.

 

Samen met je paard is dit niet anders, 2 individuen met 2 energiën zijn met elkaar verweven (symbiose). Als ruiter zit je nota bene bovenop je paard, dat wil zeggen  met jouw energie midden in zijn/haar energie.

 

A good stance and posture reflects a proper state of mind

Morihei Ueshiba

 

Kijk oprecht en vol vertrouwen naar daar waar je paard je brengt en wees trots op die prachtige krachtige verschijning onder je die jou draagt. Je paard zal dit voorbeeld volgen. Er ontstaat een krachtige, opgerichte, stralende energie, aangenaam om deel van uit te mogen maken.

 

Copyright Sara Kampert 2017 ©