Afspuiten?

Veel paardenbenen worden na het rijden vaak afgespoten met koud water. Er lopen dunne bloedvaatjes naar alle lichaamsuiteinden. Tijdens en na inspanning hebben de bloedvaten zich uitgezet zodat doorstroming in een hogere versnelling kan plaats vinden. Bijna alle fysiologische processen in het lijf zijn op dat moment betrokken bij processen die te maken hebben met het afvoeren van hitte. Je kan je voorstellen dat na een cooling down het hele lichaam aanvoelt als herboren. Alle gewrichten zijn gesmeerd, organen voorzien van nieuw frisse energie en het bloed stroomt weer door tot in de kleinste haarvaatjes in de verste uiteinden van onder andere de hoeven, pezen en vlak onder het huidoppervlak.

Spuit je vervolgens koud water op de benen dan trekken deze haarvaatjes acuut samen en stagneert de doorstroming. Hierdoor ontstaat het risico op schade aan de haarvaatjes en aan omliggende weefsels. Het risico wordt groter: 

– als het water erg koud is

– bij koud weer

– als de straal sterk is

– als het afspuiten lang duurt

– als er bandages om de benen zaten

– als de paardenbenen geschoren zijn

– als het paard erna op stal wordt gezet

– als het paard aangeeft dat hij het afspuiten niet prettig vindt

Er zijn paarden die niet stil kunnen staan, gaan schrapen, ‘gekke bekken’ gaan trekken of (andere) vormen van stereotiep gedrag vertonen op het moment dat de benen worden afgespoten met koud water. De kans is groot dat de paarden hiermee proberen aan te geven dat het afspuiten als onprettig of misschien zelfs pijnlijk wordt ervaren.

Zelf ben ik voorstander van een goede cooling down. Voor de meeste paarden en in de meeste situaties is dat voldoende.

Natuurlijk zijn er paarden die genieten van een wasbeurt of een sproeier bij warm weer maar zelfs dit aanbod wordt soms afgeslagen. Natte paarden kunnen hitte moeilijker afvoeren.

Harmonie in synchronie

Freulle en Camille bewegen tegelijkertijd als ze  samen voor de kar lopen. Foto met dank aan Willie Meesters

In het leger weten ze het allang, je overstijgt jezelf wanneer je deel uitmaakt van een collectief geheel:

armies do not walk in step for exercise (Paul Byers 1977).

Er ontstaat een verbintenis met elkaar, een gevoel van grootsheid, van grenzeloosheid.

Verbinden is de essentie van ieder sociaal wezen, het gebeurt overal om ons heen. Zowel in het groot als in het klein. Bijvoorbeeld als grote zwermen spreeuwen hun adembenemende luchtshows weggeven. Of als 2 paarden samen voor de wagen worden gespannen. Na enige tijd vormen ze samen een dynamisch geheel. Voor de kar maar ook in hun prive leven kunnen ze onafscheidelijk worden. Het lijkt alsof ze één individu zijn geworden. Twee zielen één gedachte. Gesynchroniseerd voortbewegen schept een band (“muscular bonding”) bij alle sociale dieren inclusief de mens, de dansvloer is immers de bron van menig relatie. Op het paard, achter op de fiets of in een verhitte discussie passen wij ons aan, aan het tempo/de toon die is gezet. Niet zelden gebeurt dit “aanpassen” onbewust, zo ook bij het zien van de gapende medemens die ons onwillekeurig “besmet”. Misschien moet je zelfs al gapen terwijl je dit leest. Andersom werkt het net zo, éénheid creëert synchronie. Fotografeer een dravende merrie met een veulen aan de voet en in veel gevallen lopen ze synchroon. Door éénheid is er orde, een swingend onvermoeibaar geheel waarin alles klopt. Een proces dat energie oplevert waar het alternatief energie kost.

Evan en Noha knipperen op hetzelfde moment met hun ogen

Om met je paard deze vloeiende, prettige manier van samen zijn/bewegen te bereiken moet je je aan willen en kunnen passen. Jezelf open stellen, bereid zijn aandacht te schenken aan wat de ander doet, in je opnemen hoe, invoelen en anticiperen. Samen synchroon voortbewegen is meer dan alleen ‘staan-zitten’ of een andere vorm van fysieke activiteit. Er is geen sociaal gezag, hiërarchie of leiderschap, in plaats daarvan is er (gedeeld) initiatief, samen-werking en plezier. Er is een verbinding die niet ontstaat vanuit je hoofd maar ontstaat vanuit je hart. Deze verbinding staat voor liefde, gelijkwaardigheid en het hier en nu. Deze verbinding kan ontstaan op het paard maar ook door gewoon met het paard te ‘zijn’. Paarden zijn ontvankelijk voor onze gevoelens en ervaringen en zijn bereid hierop te anticiperen. Leven is bewegen en dat doe je het beste met de stroom mee.

557a8188  557a8189  557a8190

Met dank aan fotograaf Reindert Jansen en eigenaresse van Safiyya, Sadeek en Bint Ghaniya Monique Lankhaar.

Voor meer informatie over dit onderwerp:

* Frans de Waal – Een tijd voor empathie, Amsterdam, Contact, 2009

*Julie A. Smith en Robert W. Mitchell – Experiencing Animal Minds, An anthology of Animal-Human encounters, Columbia University Press, 2012

Hoofdstuk 7 is in te lezen op internet: Gala Argent- Toward a Privileging of the Nonverbal: Communication, Corporeal Synchrony, and Transcendence in Humans and Horses http://www.academia.edu/1598658/Toward_a_Privileging_of_the_Nonverbal_Communication_Corporeal_Synchrony_and_Transcendence_in_Humans_and_Horses

Schuilstal geschikt bevonden..

Een schuilstal is ‘geschikt bevonden’ als het paard er gebruik van durft te maken op het moment dat hij/zij er gebruik van zou willen maken.

Als mijn paarden mee konden praten over het ontwerp zouden dit ongeveer hun wensen zijn:

– Plaats de schuilstal uit de wind. Slechts windkracht 3 heb ik er voor over mijn schuilstal te bereiken, bij windkracht 4 moet die wel van heel massieve huize komen, wil ik de harde wind trotseren en binnen gaan. Liever sta ik op veilige afstand van de schuilstal vol in de regen te rillen van de kou, dan dat ik onder een paar klapperende golfplaten droog sta. Safety first!

– Vrij van energetische belasting. Velen van ons voelen wateraders en aardstralen feilloos aan. Als we bepaalde plaatsen mijden is dat niet voor niks.

– Groot genoeg voor mijn paardenvrienden met een goed humeur en mijn paardenvrienden met een slecht humeur (en dit kunnen er met langdurig slecht weer best veel zijn).

– Veel en/of grote openingen zodat de dominanten onder ons de doorgang niet kunnen blokkeren. Daarnaast, als 1 van ons het op z’n heupen krijgt dan krijgen we het allemaal op onze heupen en dan willen we graag allemaal tegelijk naar buiten.

– Veel (uit)zicht. Verrassingen zijn leuk zolang we ze ruim van tevoren kunnen zien aankomen. Het hoofd van onze baas onaangekondigd om de hoek van de stal, hoe vrolijk ook, is niet grappig.

– Dichte wanden. Ondanks dat wij alles graag als eerste willen weten, wil ik toch ook juist graag een schuilstal waarin ik mij soms even kan terugtrekken, zonder het geluid van de voorbij rijdende auto’s/spelende kinderen, of het zien van dat vervelende paard in de wei naast ons. Soms wil ik even niets en niemand aan mijn hoofd.

– Koel en donker in de zomer. Ons traanvocht wordt opgepeuzeld, ons bloed afgetapt en we worden draagmoeder van parasieten. Logisch dat we ons juist in de zomer graag verstoppen voor al dat vliegend kwaad.

– Een lekker warm ligbed van stro met binnen schijnend zonlicht in de winter…Wind, regen, sneeuw, het vreet energie vooral van de zwakkeren onder ons. Je even opladen /kunnen wegdromen in een warm strobed is dan geen overbodige luxe, soms zelfs onmisbaar. 

– Enige demping van geluid. Hagelstenen of vallende eikels op golfplaten of damwandplaten…letterlijk oor-verdovend.

– Sommige van ons dragen met trots de naam “sloper”…Last but nost least, stevigheid.

schuilstal
Een groen dak biedt isolatie tegen het geluid van bijvoorbeeld harde regen of eikels maar ook tegen de hitte in de zomer en tegen de vrieskou in de winter. Verder is een groen dak een verrijking van de natuur en landschapsvervuiling blijft beperkt. Mede om die redenen wordt een schuilstal met een groen dak vaak eerder gedoogd in gemeenten met een streng(er) schuilstallenbeleid.

Samengevat, bij het bouwen van een schuilstal let op:

– strategische ligging in verband met wind, bomen en energetische belasting

– veel ruimte, hoe groter je schuilstal hoe groter de kans dat ze er allemaal in gaan

– vluchtroutes en (uit)zicht vergroten het gevoel van veiligheid en zorgen voor ventilatie

– dichte wanden zorgen ervoor dat een paard zich terug kan trekken

– isolatie met het oog op temperatuur regulatie en demping van geluid

– stevigheid vergroot het gevoel van veiligheid

 

Kan een paard kou lijden?

Het regent al 3 dagen (zo lijkt het) en het is koud. Het is oktober en de paarden zitten dus nog niet optimaal in hun wintervacht. Het is echt van dat weer waarbij je denkt “ik ben blij dat ik geen paard ben” want die van jou staan immers 24/7 buiten. Je trotseert de regen en holt de wei in om de paarden te voeren. De ochtend lijkt daarin niet heel opmerkelijk, totdat je bij je paard aan komt. Een goedemorgen-hinnikje kan er dit keer niet vanaf . In plaats daarvan kijkt je paard triest uit z’n ogen en staat te rillen. Even krijgt hij zelfs kramp in een achterbeen…merkwaardig…maar, weemoed maakt al gauw plaats voor ratio. Een paard is geen mens en heeft dus geen warme of droge ruimte nodig bij kou en regen…toch?

Antropomorfisme is een morele discussie op zich. Antropomorfisme wil zeggen dat we onze menselijke gevoelens/emoties niet mogen toekennen aan dieren. Het is een regel uit de wetenschap die voortkomt uit de overtuiging dat een activiteit van een dier niet meer is dan dat wat je als wetenschapper kunt zien en meten. Een wetenschapper kan niet “meten” wat een paard voelt dus is rillen niet meer dan een fysieke waarneming. Bij menselijke gedragingen voldoet wel een meer emotionele terminologie. Hierdoor lijkt het alsof dieren in tegenstelling tot mensen geen gevoelens/emoties hebben.*

De morele status van het paard lijkt in Nederland langzaam te verbeteren. We zijn ons er steeds meer van bewust dat paarden wel degelijk emoties en gevoelens hebben net als wij. Paarden kunnen blij zijn om een goede paardenvriend weer terug te zien of depressief zijn en rouwen om het gemis van een goede vriend. Soms sterven ze zelf(s) van verdriet, net als wij. Maar paarden kunnen ook voldaan of trots zijn na een moeilijke prestatie en genieten van teambuilding, net als wij. En paarden kunnen ook kou lijden en dan rillen ze, net als wij.

Ieder paard is anders. Het rechter paard op de foto lijkt het sneller koud te kunnen krijgen dan het linker paard omdat zijn lichaamstemperatuur onder dezelfde omstandigheden lager is
Zodra onze omgeving kouder wordt reageren de paarden net als wij. Om onze lichaamstemperatuur op peil te houden daalt als eerste de oppervlaktetemperatuur zodat er minder warmte wordt afgegeven aan de omgeving. Dit “isoleren” gebeurt bij paarden door het aanmaken van de wintervacht, het afzetten van lichaamsvet en door het dichtknijpen van de bloedvaatjes in de huid. Bij mensen noemen we dit kippenvel. 

Als ondanks de isolatie de kou toch binnendringt in het lichaam volgt plan B: rillen. Rillen is een vorm van arbeid waarbij energie vrij komt in de vorm van warmte waardoor de lichaamstemperatuur kan stijgen. Indien de warmte die door rillen wordt opgewekt het lichaam meer energie kost dan dat het warmte oplevert volgt plan C: onderkoeling. Het lichaam gaat in overlevingsstand, bloed stroomt alleen nog naar de vitale organen. De benen horen hier niet bij. Dit is de reden waarom het paard in bovenstaand voorbeeld ook last begon te krijgen van kramp.

In wezen is het proces van kou lijden dus vergelijkbaar met dat van ons.

Het ene paard ervaart eerder kou dan het andere paard. Natuurlijk zal een gezond paard dat bevoorrecht is zijn wintervacht te mogen ontwikkelen en behouden het niet snel koud hebben. Veel van deze paarden kunnen prima 24/7 op de wei, maar (!) niet ieder paard en niet iedere huisvesting is hetzelfde.

De kans op kou lijden wordt groter wanneer:

  • het paard gevoelig en/of zwakker is (oud/jong/geblesseerd/mager etc)
  • er weinig/geen (voor het paard geschikte) schuilgelegenheden zijn
  • het paard nat is en/of in de wind staat
  • de kudde klein en/of instabiel is
  • het paard op hoefijzers staat
  • er niet onbeperkt ruwvoer wordt aangeboden
  • de permanente bewegingsruimte klein is

Om het lichaam op temperatuur te kunnen houden mag de bloedcirculatie niet geremd worden. Rechtsvoor is dit wel het geval. Rechtsvoor is de enige beslagen hoef. Foto met dank aan Joe Camp die onderzoek heeft gedaan naar het belang van het hoefmechanisme.
Om het lichaam op temperatuur te kunnen houden mag de bloedcirculatie niet geremd worden. Rechtsvoor is dit wel het geval. Rechtsvoor is de enige beslagen hoef. Foto met dank aan Joe Camp.

‘Kou lijden’ moet op de eerste plaats gezien/(h)erkend worden door de eigenaar. Daarna kunnen de leefomstandigheden (tijdelijk) afgestemd worden op het kou-lijdende-paard.

Niet hopen dat je paard zich aanpast aan het nederlandse klimaat en het soms medogenloze schuilstallenbeleid in jouw gemeente, want een paard dat kou lijdt, lijdt, net als wij.

* Voor meer informatie over speciesisme/de status van het dier :

Rene ten Bos – Het geniale dier, Amsterdam, Boom, 2008

Martha Nussbaum – Een waardig bestaan, Amsterdan, Ambo, 2006

Frans de Waal – Een tijd voor empathie, Amsterdam, Contact, 2009