Kauwen en likken tijdens training

Kauwen en likken tijdens de training is in veel gevallen een stressreactie.

Bij verschillende trainingsmethoden wordt het paard de volte op gestuurd. Soms wordt hierbij de druk vrij hoog opgevoerd. Als je een paard in zijn eentje voortdurend van je wegjaagt in een kleine ruimte/op de volte, staat het paard onder invloed van stress. Hoe fanatieker dit wegjagen en/of hoe gevoeliger/onzekerder en/of overrompeld het paard, hoe hoger de opbouw van stress. Zo’n stressreactie is niet alleen een lichamelijk maar ook een mentaal en emotioneel proces. Het goede nieuws is, je reflexen zijn uitmuntend en je snelheid en kracht ook. Het slechte nieuws is, je  bloedvaten vernauwen, je bloeddruk stijgt, stresshormonen bemoeien zich met de stofwisseling en je kan niet meer normaal nadenken. Zenuwen die betrokken zijn bij een stressreactie zijn niet dezelfde zenuwen die de speekselklieren aansturen waardoor de mond droog wordt op het moment dat het paard stress ervaart. Pas wanneer de acute stress afneemt is het paard minder gericht op wat er om hem heen gebeurt waardoor hij zich  bewust wordt van zijn droge mond. Het paard zal zijn droge mond bevochtigen door de mond te bewegen en daarmee speekselklieren te activeren en spanning los te laten. Kauwen en likken tijdens de training is dus eigenlijk een reactie die ontstaat direct ná stress. 

De keerzijde van voltewerk

Paarden die op de volte draven of galopperen vallen van nature vaak naar binnen, oftewel ze lopen scheef op de volte. Dit is een heel natuurlijke reactie want het is de meest praktische manier om op hoge snelheid een bocht te kunnen maken zonder om te vallen. Je kan het vergelijken met wat er in zo’n situatie bij ons op de fiets gebeurt. Bij veel paarden gebeurt dit ‘naar binnen vallen’ op de volte al in draf, maar hoe hoger de snelheid en hoe scherper de bocht, hoe meer het paard met zijn gewicht naar binnen valt. Het gevolg is dat het paard zijn hoofd naar buiten zal dragen en/of kantelen om zijn balans te bewaren. Doet hij dit niet dan valt hij om. Het hoofd van een paard weegt heel zwaar daarom kan hij ‘het naar binnen vallen’ van zijn lichaam met zijn hoofd compenseren. Een ander gevolg van het zware hoofd is dat paarden het grootste deel van het gewicht op de voorhand dragen. Valt een paard op de volte naar binnen dan valt het grootste deel van het gewicht dus tijdelijk op het binnenvoorbeen. Op zich is dat geen probleem als het paard af en toe op hoge snelheid een bocht neemt. Wij vragen echter van het paard dat hij in een bak/piste/op longeercirkels, vaak en/of langdurig op de volte loopt. ‘Te’ is nooit goed,  waardoor voltewerk vaak risico’s op blessures met zich mee brengt.

Paard zoekt naar balans in een bocht. Als het lichaam naar binnen valt wijst het hoofd naar buiten. Met dank aan fotograaf Reindert Jansen en eigenaresse van het paard Monique Lankhaar.
Safiyya in een bocht: haar lichaam valt naar binnen en haar hoofd wijst naar buiten. Met dank aan fotograaf Reindert Jansen en eigenaresse van Safiyya Monique Lankhaar.

Als reactie op dit ‘naar binnen vallen’ pakken veel mensen naar hulpteugels alleen met deze “hulp” trek je het paard uit balans. Hij zal spanning opbouwen en zijn hoofd (nog meer) gaan kantelen in de zoektocht naar balans waarin wij hem zijn gaan hinderen. Dit is geen gezonde basishouding en geen gezonde gemoedstoestand van je paard en dus ook geen houding/toestand waarin je je paard wil trainen. Een duurzame en gezonde oplossing zou zijn: leer je paard zijn gewicht te verdelen over vier benen vóórdat je hem de volte op stuurt. Je paard leert zichzelf in balans te dragen en het paard zal hier ook in een later stadium nog veel profijt van hebben. Instructeurs in de klassieke dressuur en de academische rijkunst kunnen je hier verder mee helpen.

Kazuo draagt zichzelf al meer op 4 benen.
Kazuo draagt zichzelf al meer op 4 benen

Leren (z)onder stress

 

Je haalt het meeste rendement uit de training als het paard ontspannen de training in gaat en ontspannen blijft gedurende de training. Op deze manier kan het paard “zijn hoofd erbij houden” en dus ook goed leren.

Als je een onzeker (vaak jong en/of onervaren paard) aan het trainen bent en hij wordt onrustig of bang is het zinvol zijn zorgen serieus te nemen en er iets mee te doen om erger te voorkomen. Houd je paard in beweging zodat hij in de beweging zijn spanning af kan voeren maar werk wel naar ontspanning toe zodat je het contact met het paard niet verliest. Hoe precies dat verschilt per paard, per begeleider en per situatie. Voor sommige paarden zal het zinnig zijn het paard kalmerend toe te spreken en iets dichter bij je te laten komen omdat hij je steun nodig heeft. Een ander paard of een andere situatie kan vragen om een meer bemoedigend ‘kom op joh, niks aan de hand’.

“As soon as you trust yourself you will know how to live”

(Johann Wolfgang von Goethe).

Een onzeker paard mag groeien in zijn zelfvertrouwen en het is onze taak hem daarin te begeleiden. Dit doe je meestal niet door hem het zelf uit te laten zoeken of hem verder van je weg te sturen, hierdoor wordt zijn onrust/angst in veel gevallen juist gevoed. Een onzeker paard mag leren vertrouwen. Vertrouwen op zichzelf en vertrouwen op ons. Om te leren vertrouwen moet een paard vertrouwen kunnen ervaren. We weten nu dat ervaren betekent rust bewaren, immers een gestrest paard leert niks. Om vertrouwen te kunnen ervaren moeten wij het paard vertrouwen aanbieden. Dit kan door zelf geduld en vertrouwen uit te stralen en oefeningen aan te bieden waarmee we zijn vertrouwen (lees: zijn persoonlijk succes) in de training vergroten.

Er is niets zo mooi als een meewerkend en meedenkend paard maar hiervoor is hersenactiviteit en zelfbewustzijn nodig. Deze functioneren en ontwikkelen zich vooral in rust.