Al sinds ons bestaan, leven wij mensen samen in tijden van goede gezondheid maar ook in tijden van ziekten, soms de dood tot gevolg. Door de eeuwen heen zijn daar veel theorieën over verschenen bijvoorbeeld in de religie, filosofie, alchemie en later ook de wetenschap. Heel lang hebben wij gedacht dat ziekte een gevolg is van demonen of natuurkrachten. Dat ziekte een kracht is van buitenaf die willekeurig slachtoffers maakt. Niet zelden is deze gedachte in de loop van onze geschiedenis opnieuw bekrachtigd. Bijvoorbeeld toen Louis Pasteur in de 19de eeuw zijn bacteriën theorie naar buiten bracht. Opnieuw was de mens slachtoffer van binnen dringende boosdoeners, dit keer van enge beestjes. De overtuiging dat ziekte het kwaad is dat moet worden bestreden lijkt zich ook aardig te hebben vast gezet in ons huidige denken.

‘Ziekte ontstaat niet als een bliksemschicht bij heldere hemel’ (Hippokrates)

In de natuurgeneeskunde maakt ziekte niet zomaar willekeurig slachtoffers. In de natuurgeneeskunde zijn wij allemaal anders. Verschillende personen met een verschillende achtergrond, een verschillend karakter, een verschillend eetpatroon en een verschillende leefomgeving. Allemaal factoren die van invloed kunnen zijn op onze weerbaarheid en daarmee ook het behoud van een goede gezondheid, zowel energetisch, mentaal als fysiek. In de natuurgeneeskunde behandel je daarom de zieke en niet de ziekte.

Ziek zijn is vaak een indicatie dat er al enige tijd iets niet goed zat. Vaak ontstaat ziekte energetisch: onzichtbaar voor de gemiddelde mens en menig meetinstrument. Onverwerkte traumatische ervaringen bijvoorbeeld zijn vooral zichtbaar op energetisch niveau en deze vormen daar blokkades. Het energieveld voedt het fysieke systeem. Als energetische blokkades niet worden hersteld zullen daarom uiteindelijk ook fysiek klachten kunnen ontstaan. Als vervolgens wel de fysieke klacht maar niet de bijbehorende energetische verstoring behandeld wordt kunnen de klachten chronisch worden.

De natuur streeft naar herstel, zo ook elk individu als onderdeel van de natuur.

Hippokrates (490-430 v Chr) was natuurfilosoof en grondlegger van de (natuur)geneeskunde. Hij zag het als taak van de geneesheer om de patient te ondersteunen in het genezingsproces dat van nature wil ontstaan. Wondgenezing, overgeven, het uitdrijven van splinters, koorts, het zijn allemaal voorbeelden van krachtig optreden van ons zelfgenezend/zelfherstellend vermogen. Het is de kunst dit zelfherstellend vermogen zo min mogelijk in de weg te zitten maar het te begrijpen en waar nodig te ondersteunen.

Hippocrates zag de natuur als een vanzelfsprekende partner. We zoeken de samenwerking met al het leven dat zij te bieden heeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Solve : *
28 − 22 =