Giftige kruiden

“It’s the dose that makes the poison”

Paracelsus (1493-1541)

Maar…wat is die giftige dosis bij kruiden…

(On)Kruiden zijn normaal gesproken voedzaam omdat ze veel mineralen bevatten. Mede doordat er bij menig paard tekorten ontstaan aan mineralen en dit uiteindelijk klachten geeft, is de uitwerking van kruiden vaak geneeskrachtig en knappen veel paarden in de zomer op als ze een kruidenwei tot hun beschikking hebben. Als de dosering van een kruid relatief hoog is (wat in hoeveelheid laag kan zijn maar in “werkzame” stof hoog) kunnen kruiden schadelijk/ziekmakend zijn. Dit geldt overigens voor alles, zelfs voor water.

De exacte dosering die bepaalt of een kruid giftig is hangt (onder andere) af van het kruid en het paard.

De kruiden die in relatief lage dosering giftig zijn, groeien vaak ook maar in “lage dosering” op de wei. Kruiden waar de meeste paarden goed mee om kunnen gaan groeien en bloeien vaak (niet altijd) met velen tegelijk op het weiland. Kruiden die in bepaalde periodes heel voedzaam zijn, groeien en bloeien vaak ook in die zelfde periodes. Bovendien groeien er vaak verschillende kruiden in dezelfde periode naast elkaar die elkaar ook goed aanvullen. Brandnetel en weegbree bijvoorbeeld, groeien vaak in elkaars buurt. Ik heb ooit een paard gezien die na het rollen in de brandnetels een allergische reactie teniet deed door zich vol te stoppen met weegbree. Een ander paard had een allergische reactie opgedaan, die mogelijk het gevolg was van de eikenprocessierups en zich uitte in gezwollen ontstoken slijmvliezen. Nadat de dierenarts ter plaatse was geweest om de zwelling te verhelpen, wat nodig was omdat het paard niet meer kon eten en drinken, kreeg het paard toegang tot een kruidenwei. Als eerste at zij alle kopjes van de kamille die “toevallig” net in bloei stond. Kamille met haar ontstekingsremmende werking bleek een weldaad voor dit paard, ze knapte er zienderogen van op. In de natuur lijkt alles met voorbedachte rade te groeien en te bloeien…

Kazuo tussen de kamille

Als een paard intuïtief goed kan aanvoelen/waarnemen wat hij nodig heeft is de kans klein dat hij het slecht doet op een kruidenwei. Integendeel. Deze paarden blaken in de zomer (meestal) van gezondheid.

Bij sommige paarden gaat het selecteren van een eigen vers kruidenmenu minder goed. Dit kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld:

* minder goed werkende zintuigen

* te klein voedselaanbod (honger)

* te éénzijdig voedselaanbod (bij-gebrek-aan-beter-eten)

* karakter, bijvoorbeeld

– alles gewoon een x geprobeerd willen hebben

– denken/gewend zijn dat alles wat onder hun mond verschijnt lekker is

– bang zijn dat als zij het niet snel op eten de andere paarden het opeten

Voldoende- en goede voeding die past bij de diersoort, het individu en de periode, zorgt voor een goede vertering waardoor het maagdarmkanaal beter kan omgaan met een tijdelijk groot voedselaanbod, bijvoorbeeld eikels in de herfst. Ik heb een bosstrook met zo’n 25 eiken langs mijn wei en ik heb nog geen gezondheidsklachten bij mijn paarden gezien die het gevolg waren van het eten van groene (of bruine) eikels. 

Wij mensen hebben het voorrecht dat we kunnen overgeven waardoor de gevolgen van voedselvergiftiging vaak beperkt blijven tot- en/of afgezwakt worden door braken. Paarden hebben dit geluk niet. Als het paard iets verkeerd heeft gegeten is er geen weg meer terug en moet het voedsel door het hele spijsverteringssysteem wat soms een paar dagen kan duren. Paarden hebben dan weer wel het geluk dat zij in de regel beter kunnen aanvoelen/waarnemen of en wanneer voedsel schadelijk is dan dat wij dat kunnen.

In de praktijk levert dit wel eens merkwaardige zeldzaamheden op. Paarden die een hap nemen van een giftig kruid en vrolijk verder leven terwijl het gemiddelde paard in Nederland dit kruid niet kan verdragen. Mogelijk zit er iets in deze planten wat deze paarden op het moment dat ze er een hap van nemen, meer goed doet dan dat de giftige stoffen deze specifieke paarden op dat moment kwaad kunnen doen.

Mijn conclusie luidt daarom: giftigheid is betrekkelijk. Wat voor het ene dier schadelijk is is niet altijd voor ieder dier schadelijk. Dat maakt natuurgeneeskunde zo’n ontzettend boeiend vak.